Universiteit Twente

Universiteit Twente



De kernactiviteiten van de Computer Architecture for Embedded Systems groep is het onderzoeken van mogelijkheden voor en het ontwikkelen van meer energie-efficiente architecturen voor embedded systemen en het inzetten van deze embedded systemen voor het verhogen van energie-efficientie van de huidige energievoorziening (m.a.w. Intelligente Netten).
www.utwente.nl

Motivatie

De motivatie voor de universiteit om deel te nemen aan dit project is om (een gedeelte van) het theoretische onderzoek van de afgelopen jaren in de praktijk toe te passen. Daarnaast kunnen aannames die gedaan zijn in de praktijk getoetst worden en kan het simulatiemodel verder geverifieerd worden. Op basis van de ervaringen uit het deze proeftuin kan het simulatiemodel vervolgens bijgesteld worden zodat de simulatietool realistischere resultaten geeft en bij toekomstige projecten beter gebruikt kan wordenbij het afwegen van verschillende opties.
Een ander interessant aspect voor de universiteit is de interactie tussen het systeem en de gebruikers. Voor het bestuderen van de invloed van gebruikers op dit soort systemen en vice versa levert een proeftuin de noodzakelijke input data voor het onderzoek. Gezien de grote schaal van het project kan de proeftuin in verschillende groepen onderverdeeld worden, bijvoorbeeld in een groep waar een bepaald aspect onderzocht wordt en een controle groep en/of in verschillende groepen waar een bepaald aspect op verschillende manieren gerealiseerd wordt en de behaalde resultaten vergeleken worden. Deze praktijkervaring kan gebruikt worden voor het afstemmen van interfaces van systemen en diensten op de behoeftes van gebruikers. Daarnaast kan het als input dienen voor verder onderzoek op dit gebied.

Kennis en ervaring

Op de universiteit is de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar toepassingen, algorithmen en systemen voor Intelligente netten. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een controlmethode om de lokale productie en consumptie te voorspellen en op elkaar af te stemmen, eventueel met inachtneming van de invloed van de energiestromen op het distributienetwerk [1]. Deze controlmethode is verder ingebed in de simulatietool voor energiestromen in Inteligente Netten. Daarnaast is er in de groep veel ervaring beschikbaar op het gebied van ICT, embedded systemen, beveiliging en betrouwbaarheid van ICT systemen (zie ook caes.ewi.utwente.nl). De opgedane ervaringen, de ontwikkelde methoden en de bestaande kennis kunnen gebruikt worden binnen het project.
Naast deze technische kennis op het gebied van energienetten is er uitgebreide kennis en ervaring van het bestuderen en analyseren van de wederzijdse beinvloeding van gebruikers en technologie op andere gebieden.

Concrete bijdrage

De concrete bijdrage van de universiteit zal bestaan uit het ondersteunen van de ontwikkeling en toepassing van de systemen van de andere partners en het op elkaar afstemmen van deze systemen. Daarbinnen heeft de universiteit 5 sleutelgebieden:
1. Simulaties – De ontwikkelde simulator zal worden getest en geverifieerd met de werkelijkheid en op basis van de resultaten verbeterd worden. De verwachting is dat deze simulator hiermee uitgebouwd kan worden tot een waardevolle tool voor het opzetten van toekomstige proeftuinen en projecten.
2. Controlmethode – De methode ontwikkeld op de universiteit kan (gedeeltelijk) opgenomen worden in de systemen van de partners zodat de consumptie beter afgestemd wordt op de productie uit de zonnecellen waarmee de overall efficientie verhoogd wordt. De ontwikkelde methode is een alternatief voor de veelgebruikte PowerMatcher. De implementatie van de methode in een proeftuin zal de concurrentie positie verbeteren en er toe leiden dat er meer keuzemogelijkheden voor een optimaliseringsalgoritme voor Intelligente Netten zijn. De hieruit ontstane wederzijdse concurrentie zal waarschijnlijk tot een verbetering van beide methoden leiden.
3. ICT-infrastructuur – De beschikbare expertise op het gebied van ICT en ICT systemen kan gebruikt worden bij het opzetten van de ICT infrastructuur.
4. Invloed op gebruiker – De universiteit zal de analyse van de wederzijdse beinvloeding van de techniek en de gebruikers grotendeels op zich nemen. Hierbij zijn belangrijke vragen “Wat wil de gebruiker/wat vindt de gebruiker belangrijk”, “ Wat accepteert een gebruiker nog”, “Welk gedeelte moet/mag geautomatiseerd worden” en “Hoe moeten de gegevens gepresenteerd worden aan de gebruiker”. Op basis van deze analyse kunnen tijdens de looptijd van de proeftuin de systemen en interfaces aangepast worden zodat ze beter op de wensen van de gebruiker aansluiten.
5. Ondersteuning juridische aspecten – De universiteit kan ondersteuning bieden bij het analyseren van knelpunten binnen het huidige juridische kader.